Bestaat verdringing? Is het mogelijk dat een vrouw van dertig zich plotseling herinnert dat ze in haar jeugd seksueel misbruikt is, nadat ze zich daarvan bijvoorbeeld twintig jaar totaal niet bewust was? Nee, zegt Elke Geraerts, die op 16 juni 2006 hoopt te promoveren aan de Universiteit Maastricht. Vrouwen die hun herinneringen aan misbruik hervinden via therapie zijn in veel gevallen door hun therapeut op valse herinneringen gebracht. En zij die herinneringen spontaan hervinden zijn ze helemaal niet decennia kwijt geweest. Niet alleen het onderwerp van deze promotie is spraakmakend, de promovenda zelf is ook opvallend: ze is 24, rondde haar promotieonderzoek in twee jaar af en begint binnenkort aan een postdoc aan Harvard en de UM.
Het komt anno 2006 veel voor in psychologische therapiesessies. Therapeuten die nadrukkelijk aansturen op mogelijk seksueel misbruik bij cliënten die niet lekker in hun vel zitten. Sommige mensen blijken hier vatbaarder voor dan anderen. Ze kunnen moeilijk een onderscheid maken tussen hun eigen gedachten en de gedachten die aangepraat worden. Ze maken op die manier makkelijker 'valse herinneringen' aan; herinneringen die berusten op iets dat hen niet werkelijk is overkomen. 'Als dat al zo is in een lab-situatie, vinden wij dat sterke aanwijzingen dat hun herinneringen aan het misbruik ook vals zijn', concludeert Elke Geraerts, die overigens nooit zal zeggen dat alle via therapie hervonden herinneringen vals zijn. 'Maar therapeuten zouden zich wel veel meer bewust moeten zijn van de kwalijke gevolgen van hun werkwijze.'
In de 'Memory Wars', in de VS eind jaren tachtig, stonden volwassen vrouwen tegenover hun vaders, die ze beschuldigden van seksueel misbruik gedurende hun jeugd. Inmiddels ontdekten sommige vrouwen ook dat hun 'hervonden herinneringen' in therapie vals zijn, de 'herroepers'.
Vrouwen die hun herinneringen spontaan hervinden, bijvoorbeeld omdat ze in een situatie komen die alles oprakelt, blijken veelal last te hebben van een defect geheugenmechanisme.
Deze herinneringen zijn volgens Elke Geraerts eerder gebaseerd op de waarheid, maar deze mensen hebben moeite met het dateren van herinneringen. Ze denken bijvoorbeeld dat ze deze herinneringen twintig jaar kwijt geweest zijn, terwijl ze er in werkelijkheid twee jaar geleden nog met hun partner over praatten. Ze overschatten dus de vergeetperiodes.' Ook hier is volgens Geraerts geen sprake van verdringing. Het is voor het eerst dat dit mechanisme op zo'n grote schaal is aangetoond. De oorzaak voor dit defecte geheugenmechanisme is nog onduidelijk. Maar de conclusie is helder: verdringing bestaat niet, er zijn slechts nu gecreëerde en verkeerd gedateerde herinneringen.
Eén van de artikelen voortkomend uit deze promotie zal rond november gepubliceerd worden in het vooraanstaande Amerikaanse wetenschappelijk tijdschrift Psychological Science. Na haar promotie op 16 juni gaat Elke Geraerts zich middels een postdoc in samenwerking met Harvard verder in het onderwerp verdiepen. Voorafgaand aan haar promotie is er een symposium over trauma en geheugen, waarop onder andere prof. dr. Richard McNally van Harvard University zal spreken.
De titel van haar proefschrift luidt: 'Remembrance of things past, the cognitive psychology of remembering and forgetting trauma'.
http://www.azm.nl/hetazm/nieuws/